
SURREALISME
Dit citaat is overgenomen uit: https://musee-magritte-museum.be/uploads/pages/files/magritte_nl.pdf
Periode en uitstraling:
Het surrealisme is een literaire en artistieke beweging die ontstond in 1924. De term ‘surrealisme’ in plaats van ‘surnaturalisme’ werd in 1917 bedacht door Guillaume Apollinaire naar aanleiding van de decors die Picasso ontwierp voor het ballet ‘Parade’. Apollinaire beschreef ze als “geboren uit een nieuwe geest die belooft de kunst en zeden radicaal te veranderen”. Aanvankelijk literair wordt het surrealisme snel een multidisciplinaire beweging die zich beroept op alle mogelijke media van die tijd zoals de poëzie, het theater, de schilderkunst, de fotografie en de film.
Ontstaan in de nadagen van de Eerste Wereldoorlog ging het gepaard met een invraagstelling van alle morele, politieke en esthetische waarden. De internationale uitstraling kwam er vooral in de jaren ’20 en ’30. Door de opkomst van het fascisme en het uitzwermen van de verdedigers van het surrealisme kende het een langzame transformatie en werd na 1945 het vertrekpunt van bewegingen als ‘Cobra’ in Europa en de ‘Action Painting’ in de Verenigde Staten.
Definitie van het surrealisme:
André Breton, schrijver en leider van de groep omschrijft de nieuwe beweging in zijn Eerste manifest van het Surrealisme in 1924 als volgt: “Zuiver psychisch automatisme waardoor men mondeling of schriftelijk of op welke wijze dan ook het werkelijke verloop van het denken probeert uit te drukken. Denkdictaat zonder enige controle door het verstand, voorbij elke esthetische of ethische overweging.
Encyclopedie. Filosofie.
Het surrealisme berust op het geloof in de hogere werkelijkheid van bepaalde, tot nu toe verwaarloosde vormen van associatie, in de almacht van de droom, in het niet doelgebonden spel van het denken. Het beoogt de definitieve vernietiging van alle psychische mechanismen en wil voor de oplossing van de voornaamste levensvragen hun plaats innemen.” Met dit psychische automatisme wordtd reeds in 1919 geëxperimenteerd: in ‘Les Champs Magnétiques’ zetten Breton en Philippe Soupault hun spontane gedachten om in een automatisch schrift terwijl ze een innerlijke stem volgen. Deze vrijheidskreet stelt de poëtische taal en de klassieke esthetica in vraag en maakt, in tegenstelling tot een meer klassieke vorm van schrijven, een nieuwe relatie met de werkelijkheid mogelijk. Het loskoppelen van woorden – en later van beelden – van een bekrompen utilitarisme en van een cartesiaans wetenschappelijke definitie vormt het model voor een algemeen provocerende houding tegenover bevelen, zeden en goede smaak van de burgerlijke samenleving. ‘Poëzie, Liefde, Vrijheid’ worden de sleutelwoorden van een bevrijdingsdenken.
Beelden verzamelen uit afval, resten en overschot.
Wat heeft Slumbird met afval, resten en overschot?
Ik raap de kruimels van Klein Duimpje op. Ik raap kleine resten op die de mens in zijn dagelijks leven laat vallen of dumpt. Het is “klein materiaal” met een geschiedenis, met slijtage door gebruik of sporen van vernieling en deconstructie. Ik verzamel samen met het object het resultaat van wat er met dat object binnen een tijdspanne is gebeurd. Het verslag van dat gebeuren, het verhaal, zit in de doorleefdheid, de kwetsuren en de krassen, de tijd zit in de afgebleekte kleur. (* Hier loopt een parallel met de mensen. Zo is de mens ook zelf, op elk moment, een evoluerend verslag van wat hij meegemaakt heeft.)
Het gaat mij echter niet om een statement. (Mensen zijn dwangmatig in hun gestuurd consumptiepatroon. Ze kopen en gooien weg. Onze maatschappij is er op gebouwd, men wil ons laten geloven dat het de enige oplossing is om onze sociale welvaart te kunnen handhaven.) Het zijn voor mij bouwsteentjes, gewoon, toevallig gevonden beeldbouwmateriaal met een verhaal, met inhoud en betekenis. Dit materiaal voegt een extra betekenislaag toe aan het beeld dat ik creëer.
En eens je je materiaal verzameld hebt?
Het verzamelen gebeurt spontaan, ik zie het, raap het op, stop het in mijn jaszak, broekzak of tas. Soms laat ik voedselresten drogen, beschimmelen of verschrompelen.
Als ik kan maak ik er op de dag zelf nog foto’s van zo niet trek ik een dag uit om een reeks foto’s (het daglicht moet goed zijn) te maken van een “verzameling” objecten die ik binnen een bepaalde tijd heb aangelegd. Eens de foto’s genomen zijn drop ik de (niet-bederfbare) objecten in een verzamelbox waar ze zich mixen met de andere objecten waardoor ze niet meer locatie- en tijdsgebonden zijn. Dat is mijn speelgoeddoos, mijn bouwdoos.
Wat vertelt het beeld?
Het gevonden materiaal of etensresten enzo, zijn gekoppeld aan mijn dagactiviteit, een verplaatsing of een vakantie. Ik raap mijn verhaal, letterlijk, onderweg op. Het is een combinatie van plaats, voorwerpen en impulsen die ik krijg of waar ik mee bezig ben. Het beeld dat ik creëer is een soort dagboek, een onbestemd reisverhaal, niet noodzakelijk van mij persoonlijk, ik maak het universeel. Het is de neerslag van wat ik om me heen vind, zie en meemaak.
Hoe werkt het?
Ik giet het uit of leg het willekeurig, zonder specifieke aandacht, op het papier, ik veeg het opzij, verplaats het en loop er rond, bekijk het door de lens, test licht uit en invalshoeken. Ik wil mijn vondsten besnuffelen en leren kennen. Dat duurt een tijdje. Tot er zich een beeld gaat vormen, een idee of een uitgangspunt. De combinaties van de objecten creëren een spanningsveld van vorm, kleur en betekenis. Dan worden objecten verlegd, gecombineerd, uitgetest en gefotografeerd. Ik beperk me tot het materiaal dat op dat ogenblik voor handen is. Ik ga er in op zoek en haal er iets uit. Als ik ‘s morgens op de Sinkensfoor rond loop ga ik op zoek naar de verhalen van de dag / nacht er voor. Als ik in een bos of een dorp rond loop vind ik andere verhalen. Die leg ik vast in 1 beeld. Het beeld is vaak een situatie of een persoon (*).
Of ik haal mijn speelgoeddoos boven omdat ik niets interessants om me heen vind en toch wil creëren. Maar dat is weer een ander verhaal. 🙂
